Filosoferen (A2+)

Vandaag gaan jullie filosoferen!
Dit betekent dat je gaat nadenken over een vraag en het antwoord. 
En daarna vragen stelt over het antwoord.
Je gaat steeds beter nadenken over het antwoord. 
En je oefent in het Nederlands praten.

Opdracht

Lees de FILOSOFIE-vragen samen.
Kies een vraag. Beantwoord de vraag.
Stel daarna een DENK-vraag bij het antwoord. 
Geef antwoord.
Stel daarna nog een DENK-vraag.
Geef weer antwoord.
Et cetera. 

Bijvoorbeeld

FILOSOFIE-vraag: Waarin zijn mens en dier verschillend?
Antwoord: Mensen kunnen nadenken en dieren niet.
DENK-vraag: Is dat zo? / Hoe weet je dat?
Antwoord: …..
DENK-vraag: Kan het ook ander zijn?
Antwoord: …

Filosofievragen

Zijn mens en dier verschillend?
Gaat denken beter als je samen bent?
Moet een verhaal een begin hebben?
Waarom is tijd belangrijk?
Wat verandert nooit?
Kun je leven zonder bang te zijn?
Waar heb je een naam woor nodig?
Als alle delen van je fiets vervangen worden, is het daarna nog wel jouw fiets?
Mag je oma’s opvoeden?
Hoe kun je weten wat je moet doen?
Wie bepaalt wat normal is?

Denkvragen

Is dat zo?
Hoezo?
Hoe weet je dat zeker?
Kan het ook anders zijn?
Hoe kan dat?
Kun je een woorbeeld geven?
Is iedereen het daarmee eens?
Bestaat daar een regel voor?
Is dat altijd zo?