Taaloefening 2.2

Oefening 2.2 – wat eten we vandaag?

Je vertelt aan elkaar wat je vandaag eet. 

Ken je de woorden niet? Oefen dan de woorden op de afbeeldingen. 

Jullie bieden doen de oefeningen. 

  1. Ga naar de keuken. 

Open de keukenkastjes.

Wat staat er in de keukenkastjes?

Oefen de woorden. 

  1. Ga naar de koelkast. 

Open de koelkast. 

Wat staat er in de koelkast?

Oefen de woorden. 

  1. Wat eet je vanavond? 

Vertel wat je vanavond gaat eten. 

Bespreek welke ingrediĆ«nten je gebruikt. 

Vertel hoe je het gerecht klaarmaakt. 

  1. Wat is je lievelingsgerecht? 

Google een afbeelding. Deel de afbeelding met elkaar. 

Wanneer eet je dit gerecht?

Welke ingrediƫnten heb je nodig?

Vertel hoe je het gerecht klaarmaakt.