Taaloefening 4.2

Taaloefening – Vandaag ben ik….

Vandaag bedenk je samen een kort verhaal.
Je mag het opschrijven, dat hoeft niet.
Het verhaal heeft ongeveer 8 zinnen.
Het verhaal gaat over coronatijd.
Bedenk iemand die bij het onderwerp coronatijd hoort, bijvoorbeeld een dokter, de
minister-president of een kind dat niet naar school kan.
In het verhaal beantwoord je deze vragen:

  1. Wie ben je?
  2. Waar ben je?
  3. Wat ben je aan het doen?
  4. Wat maak je mee?
  5. Met wie praat je?
    De eerste zin van je verhaal is: ‘Vandaag ben ik …’
    Geef nu antwoord op de andere vragen.
    Denk er eerst over na. Ga daarna schrijven of praten.
    Probeer een echt verhaal te maken.
    Klaar?
    Bespreek hoe het ging.
    Vond je het makkelijk of moeilijk?
    Was het leuk om te doen?
    Succes!