Taaloefening 9.1

Week 11 – Filosoferen

Het is warm deze week. Daarom doen we het rustig aan.                               .

Jullie gaan filosoferen!

Dit betekent dat je gaat nadenken over een vraag en het antwoord. 

En daarna vragen stelt over het antwoord.

Je gaat steeds beter nadenken over het antwoord.

En je oefent in het Nederlands praten.

Opdracht:                               

Lees de FILOSOFIEvragen samen.            

Kies een vraag. Beantwoord de vraag.

Stel daarna een DENKvraag bij het antwoord. 

Geef antwoord.

Stel daarna nog een DENKvraag.

Geef weer antwoord.

Et cetera. 

Bijvoorbeeld:

FILOSOFIEvraag: Waarin zijn mens en dier verschillend?

Antwoord: Mensen kunnen nadenken en dieren niet.

DENKvraag: Is dat zo? / Hoe weet je dat?

Antwoord: …..

DENKVraag: Kan het ook ander zijn?

Antwoord: …

SUCCES!