Woordenschat
Hieronder zie je voorwerpen die de kapper gebruikt.
Welke woorden ken je al? Welke woorden zijn nieuw?
Oefen de woorden.
Klaar? Controleer of je de woorden kent op de volgende pagina. Let op: een aantal voorwerpen op de volgende pagina zijn nieuw.


Dialoog – Bij de kapper
Kijk naar de drie afbeeldingen.
Wat zie je? Wat gebeurt op de foto?
Beschrijf wat je ziet.
Probeer zoveel mogelijk te zeggen.
Bedenk samen bij iedere foto een dialoog.
A is de kapper, B is de cursist.
De dialoog gaat over het hele kappersbezoek.
Klaar? Wissel van rol.



