Het alfabet en cijfers

Gebruik de afbeelding van het alfabet.

  1. Oefen samen het alfabet. Let op een goede uitspraak.
  2. Eén van jullie is A, de ander is B.
    A stelt B een vraag. B geeft antwoord en spelt het antwoord. A schrijft de letters op.
    Controleer of het goed gespeld is.
    Klaar? Wissel van beurt!

De vragen:
● Wat is je voornaam?
● Wat is je achternaam?
● In welke plaats ben je geboren?
● Wat is je favoriete gerecht?
● Wat was de naam van je school vroeger?
● Wat is je favoriete drankje?

  1. Oefen samen de cijfers. Let op een goede uitspraak.
  2. Vertel je telefoonnummer aan elkaar, en je geboortedatum. Schrijf de cijfers op. Klopt het?
2021 05 05 12 46 10