2021 05 05 14 31 05

Vragen stellen

Vandaag gaan jullie oefenen met vragen stellen.
Hiervoor gebruik je de vraagwoorden: wie, wat, hoe, hoeveel, waar, waarom, welke en wanneer.
Begrijp je alle woorden?

Opdracht

Bedenk allebei vragen met ieder vraagwoord.
Schrijf de vragen op. Controleer de vragen. Is de volgorde van de woorden goed?
Stel elkaar de vragen. Geef antwoord.
Let op: geef antwoord in een hele zin! Niet met één woord.

Snel klaar? Verzin nog meer vragen en geef antwoord.

Succes!

Bijvoorbeeld:

Wie ben jij?
– Ik ben Sofie
Wat is je lievelingsdier?
– Mijn lievelingsdier is een varken.
Hoe laat is het?
– Het is 14.40u.
Hoeveel broers heb je?
– Ik heb één broer.
Waar woon je?
– Ik woon in Amsterdam
Waarom doe je mee met friend4friend?
– Ik wil mensen leren kennen.
Welke dag is het vandaag?
– Het is vandaag donderdag.
Wanneer begint de vakantie?
– De vakantie begint zaterdag.