Taaloefening 14.1

Taaloefening 14.1 – gesprekken voeren in de winkel

Iedereen doet soms boodschappen.

Vandaag oefen je gesprekken in verschillende winkels.

Lees eerst samen de routines, dit zijn zinnen die je vaak gebruikt in een winkel. 

Oefen de uitspraak van de routines.

Daarna oefen je gesprekken in verschillende situaties.

Opdracht

Kies een situatie. 

Oefen een gesprek in de winkel. 

Bedenk wat de verkoper en de klant zeggen.

Gebruik zinnetjes uit de routines.

Voer het gesprek.

Klaar? Wissel van rol.

A is de winkelier

B is de klant

ROUTINES                       

Wie kan ik helpen? / Wie is er aan de beurt?

Kan ik u helpen?

Ik zoek….. Heeft u …….?

Ander nog iets?

Kan ik afrekenen?                       

Kan ik betalen?                       

Het kost €2,40                           

Heeft u terug van €20?

Heeft u het ook kleiner?

Nee, sorry. Ik kan wel pinnen?

Kan ik hier pinnen?

Kan ik cash betalen?

Dat is dan €26,50.

Ik wil graag pinnen. 

U kunt hier pinnen. 

Gaat uw gang / Ga je gang

SITUATIES

Situatie 1: Je bent bij de bakker. Je wilt een bruin brood en twee croissants. 

Situatie 2: Je bent bij een kledingzaak. Je zoekt een spijkerbroek maat 40. 

Situatie 3: Je loopt op de markt en koopt een komkommer en een kilo appelen. 

Situatie 4: Je zoekt een nieuwe televisie en gaat naar de elektronicawinkel.