Week 7 – Hoe laat is het? (A1)
Vandaag praat je over de tijd.
1. Bekijk de foto. Praat met elkaar.
- Wat zie je op de foto?
- Heb jij een horloge?
- Heb je thuis een klok?
- Hoe laat is het nu?
2. Kijk naar de klokken. Oefen de tijd.
- Oefen de cijfers van de klok.
- Hoe laat is het op de klokken? Oefen samen de tijden.
- Voor de Nederlandse taalbuddy: Zeg de tijden van de klok door elkaar heen. Voor de nieuwe taalbuddy: Raad welke klok het is.
3. Oefen de zinnen van de taalriedel.
A zegt de zinnen voor. B zegt de zinnen na.
Zeg alle zinnen achter elkaar.
Herhaal dit vijf keer. Je oefent vloeiend spreken.
(Bron: https://www.taalbus.nl/Taalbusplein/Taalroute/Dag_en_tijd_files/SpreekTaal_Dag%26tijd.pdf)
